Nationale elo’s van juni

Elolijsten, een bron van geluk of van frustratie? Onze club won in het afgelopen kwartaal maar liefst 1199 elo, of dat is toch wat de cijfers zeggen.

Allereerst een dikke proficiat aan alle personen (weliswaar voornamelijk kinderen) die er heel veel punten bijschreven. Alle puntenwinnaars vermelden zou wat lang duren dus hou ik het op al wie 50 elo of meer won. De sterkste stijger was Parcival (12694) met 159 punten dit door een goed BJK en eindwinst in Maastricht. Alexander speelde zowel op BJK, Liga als in Maastricht goed wat hem 102 elo verder bracht. Drie op een rij doen Tyani (+96), Léon (+95) en Victor (+94). Verder nog Pjotr (+83), Lias (+76), Wolf (+73), Robbert (+63), Arthur (+55) en Glenn (+50).
Evenveel dalingen als stijgingen waren er dus gelukkig niet. Ikzelf was de grootste daler met -54 door een erg tegenvallende Liga en Maastricht. Daarna praten we al maar over -27 meer wat gelukkig niet echt het vermelden waard is.

Nu heb ik echter een aantal mensen heel bewust nog niet vernoemd. Zo landen zowel Arne als Leen op 1150 wat respectievelijk +169 en +83 is. Jiaqi staat op -47. De realiteit zegt wel dat Jiaqi van 1325 komt volgens mij toch neerkomt op een mooie +102.

De cijfers zijn soms vertekend en de berekeningen zijn dat wat mij betreft ook.

Het Belgische elosysteem werkt als volgt. Na 10 partijen krijg je een voorlopige elo deze is gebaseerd op de gemiddelde elo van je tegenstanders en de behaalde score in percenten. Na 20 partijen krijg je een definitieve elo bepaald op deze manier. Vanaf daarna wordt voor elke match de kans op winst berekend die kan bvb 0,70 zijn als je 150 elo meer hebt dan je tegenstander. Haal je dan in praktijk ‘maar’ een remise dan krijg je bij het volgende klassement (0,5 (behaalde score) – 0,7 (winstkans)) * 32 (mogelijke K-factor) = -6.4 elo. De K-factor is bij de KBSB maximaal 32 en minimaal 10 en hangt af van de speelsterkte en het aantal gespeelde partijen.

Wat zijn nu mogelijke knelpunten van de berekening of van de weergave?

  • Partijen voor elo zouden altijd in dat klassement moeten verwerkt worden (tenzij ze op de limietdatum liggen). Het ligakampioenschap is nu pas verwerkt, dit terwijl er in oktober mee gestart werd. Er hadden 3 partijen voor de elo’s van januari kunnen tellen, 3 voor die van april en eentje voor deze van juni. Er zijn geen kosten verbonden bij de KBSB om elo’s te laten verwerken, het zou alleen een correctere weergave van de speelsterkte bevorderen. Voor mezelf zou dat een sneller eloverlies betekenen, voor Alexander, Pjotr of Wolf betekent het een gestagere elowinst over het hele jaar heen. Nu wordt in de berekening namelijk gealludeerd dat die partijen gespeeld zijn in de afgelopen drie maand.
  • Jiaqi zijn ‘eloverlies’ dat vermeld wordt in de lijsten. Ik denk niet dat het correct is, wat wel zo is is dat Jiaqi in april eerst een sterk BJK speelde om dan in Maastricht minder goed te presteren. De partijen op het BJK telden nog mee voor de eerste 20 in de berekening. Deze van Maastricht kwamen er pas na en het weergegeven getal toont de verandering in elo sinds de 20e partij.
  • Arne en Leen kregen een cadeautje, wat extra elopunten tot 1150. Het systeem werkt zo dat iedereen die zijn 20e partij gespeeld heeft minimaal 1150 moet krijgen. Dit is wat jammer want zelf bij de mensen met 1150 elo zit toch nog een serieus verschil vaak in speelsterkte, dit verschil valt niet af te lezen uit de elopunten. Daarnaast lijkt het me in dit geval ook correcter om geen elowinst te verkondigen voor de personen die op 1150 gezet worden.
  • Nog een laatste puntje van kritiek is er wat betreft spelers die jarenlang maar enkele matchen spelen (denk nu maar BJK) en dan later starten met een erg lage nationale elo dit terwijl ze duidelijk meer waard zijn. Neem nu bijvoorbeeld een speler die zijn eerste partijen speelde in april 2013, intussen zitten we in 2018 nog onder de 20 partijen met dus een voorlopig elo ver onder 1150 waarbij nog steeds rekening gehouden wordt met die partijen uit 2013. Weliswaar is er ook een fide-elo van meer dan 1200, dit enkel en alleen gebaseerd op het laatste BJK. Wat denk je dat de beste benadering van de speelsterkte dan is?

Ik denk dat er hier en daar verbetermogelijkheden zijn.

  • Sneller een elocijfer geven lijkt me alvast goed om mee te starten, bij FIDE doen ze dit zelfs vanaf 5 matchen! Om correct te zijn is het de periode die volgt op diegene waarin je je 5e match speelt is de periode waarin je een definitieve elo krijgt en dit op basis van alle matchen, niet tot exact de 5e match.
  • Bij FIDE worden resultaten van ouder dan 26 maanden vergeten voor een initiële eloberekening, daarnaast worden resultaten ook ‘vergeten’ zolang je nog nooit een tpr van 1000 haalde. FIDE heeft dit namelijk als ondergrens gesteld en declasseert iedereen daaronder.
  • De eloverwerking vaker laten gebeuren (als dit in praktijk mogelijk is met de vrijwilligers die het toch allemaal draaiende houden). Het uitstellen van eloverwerking van langer lopende tornooien zou moeten verdwijnen.
  • Weergave van winst en verlies zou realistischer kunnen als je op 1150 gezet wordt (niets vermelden) of als je in de verwerkingsperiode over de 20 partijen gegaan bent (de winst tegenover de voorgaande voorlopige elo vermelden).
  • Wat betreft de K-factor lijkt de KBSB het dan wel weer bij het rechtere eind te hebben dan FIDE. FIDE heeft namelijk een K-factor van 40 en dit voor iedereen tot zijn/haar 18e verjaardag als de elo onder 2300 blijft.

7 reacties op “Nationale elo’s van juni

  1. Sneller iemand een standaard-elo geven (dus gebaseerd op lange partijen), heeft als gevolg dat die elo nog minder verband heeft met iemands speelsterkte. Zo zien we dat sommige kinderen na hun eerste fide-rating soms honderden punten verliezen. Dit is zeer slecht voor de motivatie. Een aparte rating voor kinderen waarbij rapidpartijen meetellen zoals in Nederland is een veel gezonder systeem.

    Vandaag wordt de elo-verwerking gedaan door 1 vrijwilliger in Belgie: Daniel Halleux. Hij vraag al jaren voor vervanging/ versterking maar die komt er niet. 3 maandelijks is voor hem het maximaal haalbare. Geld is er evenmin voor professionele steun.

    Daarnaast wil ik ook opmerken dat het in de eerste plaats afhangt van de organisatoren van tornooien wanneer een verwerking voor elo gebeurt. Als de organisatoren de resultaten slechts doorgeven aan het eind van een tornooi dan kan de verwerking pas daarna gebeuren. Er bestaat vandaag geen enkel bondsreglement die organisatoren verplicht om vaker de resultaten op te sturen en we zien dan ook dat vele organisatoren dit als een vervelend administratief klusje beschouwen.

    Spelers van 1150 elo moeten enkel bezig zijn met leren schaken. Eigenlijk is iedere schaker veel te veel bezig met die elopunten. Natuurlijk bestaan ze en kunnen we ze niet meer negeren maar ze zijn tezelfdertijd ook heel relatief en misleidend.

    • Aantal partijen waarna een elo gegeven wordt en de ouderdom van deze partijen is inderdaad een moeilijk punt. 20 partijen (van altijd) tgo 5 partijen (max 26 maand oud) is gewoon een compleet andere kijk op de zaken, iets tussenin lijkt me gewoon gezonder.

      Wat betreft de hoeveelheid werk die een aantal vrijwilligers binnen de KBSB maken kan ik inderdaad alleen maar respect tonen, ik ben mij daar zeker van bewust.
      Over het punt ivm wanneer partijen voor elo verwerkt worden weet ik inderdaad dat er geen regels zijn. Misschien zouden er toch strengere regels kunnen komen? De dag van vandaag zou het geen onmogelijkheid mogen zijn om dit uit de paringssoftware te halen om maar een specifiek tornooigedeelte op te sturen om te laten verwerken voor elo. Indien dit wel zo is dan is het misschien een mogelijke nieuwe feature…

      De focus van iemand met 1150 elo moet inderdaad op schaken liggen, maar wat zegt de elo dan wel? Wat vind je van het declasseren bij FIDE voor spelers onder de 1000 elo? Kan je nationaal dan ook niet beter dit minimum verwijderen en een eventuele declassering onder een bepaald minimum hanteren?
      Het is op zich al raar dat de KBSB een hogere ondergrens heeft dan de FIDE. Dat is weliswaar in de tijd gegroeid omdat FIDE de drempel alsmaar verlaagt maar een herziening nationaal zou misschien ook wel moeten kunnen mits gegronde redenen?

      • “Het is op zich al raar dat de KBSB een hogere ondergrens heeft dan de FIDE. Dat is weliswaar in de tijd gegroeid omdat FIDE de drempel alsmaar verlaagt maar een herziening nationaal zou misschien ook wel moeten kunnen mits gegronde redenen?”
        De minimumelo die fide vandaag hanteert, dateert van juli 2012. De huidige hogere ondergrens van de KBSB dateert van vele decennia eerder. Behalve dat een aanpassing van de reglementen zoals eerder al aangehaald zeer moeilijk is, ben ik ook niet zeker of die hier gewenst is.

        Zo staat de ondergrens, het deklasseren, de k-factor,… allemaal in verbinding met elkaar. Als je 1 iets verandert dan kan dat wel eens een kettingreactie veroorzaken. Dus je moet eerst de gevolgen bestuderen als je iets overneemt van een ander elosysteem.
        Daarnaast hebben we een grote groep spelers (voornamelijk zwakke) met een Belgische elo die nooit in contact komen met de fide-elo. Zij zijn nooit in beschouwing genomen door fide en dus werd er ook geen rekening met hen gehouden bij het bepalen van de fide eloregels.

        In de fide-tornooien vinden we niet meer de spelers terug die enkel spelen onder de kerktoren (soms zelfs vele decennia). Het is bijgevolg ook logisch voor fide in tegenstelling tot de kbsb om te kiezen voor een iets lagere elogrens met deklassering. Fide verwacht dat weinig fide-spelers lang blijven hangen op <1150 fide-rating want hun tornooien trekken vooral de meer ambitieuze spelers aan.

  2. De Belgische elo werd geintroduceerd in 1969 zie https://www.frbe-kbsb.be/index.php/elo-frbe/a-lire-attentivement/le-classement-elo-belge. Er werd sindsdien weinig of niets gesleuteld aan het systeem. Echter de schaakwereld is ondertussen wel veranderd.
    We zien vandaag spelers veel jonger een eerste elo halen dan toen. Zelf had ik pas mijn eerste elo op de leeftijd van 20 jaar. Daarnaast zien we ook veel meer mogelijkheden voor de ambitieuze schaker om zichzelf te verbeteren. Dus ja ik snap best dat hierdoor sommigen een elo hebben die lange tijd veel te laag is.

    Wat houdt ons tegen om de reglementen aan te passen van de Belgische elo? Wel vooreerst de reglementen zelf houden ons tegen. Je kan de reglementen pas aanpassen 1 keer per jaar op de jaarlijkse algemene vergadering. Daarbij moet je ook nog strikt de procedures volgen (dus via de officiele kanalen naar het bondsniveau ruim voor de deadline). Tenslotte krijg je een paar minuten op de algemene vergadering om uit te leggen waarom iedereen voor moet stemmen op je voorstel. Daarbij komt nog de eeuwige strijd tussen de taal-gemeenschappen, de veto per taal-gemeenschappen, de enorme schrik en onwil bij elke verandering en je begrijpt onmiddellijk waarom sommige zaken al decennia ongewijzigd bleven.

  3. “De dag van vandaag zou het geen onmogelijkheid mogen zijn om dit uit de paringssoftware te halen om maar een specifiek tornooigedeelte op te sturen om te laten verwerken voor elo.”
    Vandaag gebeurt dit al voor diverse tornooien. Kijk naar de interclub, het clubkampioenschap van Deurne,… Dus dat de Oost-Vlaamse liga slechts op het einde wordt doorgerekend, ligt volledig bij de verantwoordelijken van de Oost-Vlaamse liga.

    Je zou dit natuurlijk ook kunnen via een nieuw bondsreglement tot een verplichting laten maken maar in mijn vorige reactie heb ik al geschreven hoe moeilijk het is om bondsreglementen goedgekeurd te krijgen.

  4. “De focus van iemand met 1150 elo moet inderdaad op schaken liggen, maar wat zegt de elo dan wel?”
    Eigenlijk is de vraag waarom geef je iemand met een prestatie lager dan 1150 en meer dan 20 partijen gespeeld een rating van 1150.

    Ik vermoed dat weinigen of niemand nog exact weet waarom die regel er vandaag is. Echter ik kan wel vertellen waarom ik ze goed vind.

    Veel schakers vinden spelen voor rating een grote stimulans om partijen te spelen. Echter als je spelers beneden een bepaalde elo declasseert dan ontmoedig je dus het schaken.
    Daarnaast zie je ook dat zeer lage elo’s bijzonder onnauwkeurig worden. Toeval kan al snel vele honderden punten verschil maken. Daarnaast zijn de meeste spelers met die zeer lage elo’s ook nog in volle ontwikkeling.

    Met de ondergrens op 1150 vast te leggen ongeacht de resultaten na 20 partijen, vangt men 2 vliegen in 1 klap. Hun tegenstanders kunnen voor rating spelen en zullen dus sneller toehappen op een partijtje. Daarnaast moeten we evenmin schrikken hebben van alleen maar zwaar ondergekwoteerde spelers. We kunnen vermoeden dat er een evenwicht is tussen ondergekwoteerd en bovengekwoteerd wat uiteindelijk het vertrouwen in het elosysteem ten goede komt. Tenslotte door de 1150 elo vast te leggen, hoeven de zwakkere spelers helemaal niet om te kijken naar hun rating en kunnen ze zich volledig toeleggen op het spel wat zeker hier een must is.

Reacties zijn gesloten.