De Arena van het Clubkampioenschap
Zondag 27 september zijn de interclubs terug van start gegaan. Uw reporter deed nog eens mee en slaagde er ondanks gevaarlijke openinghallucinaties zowaar in te winnen! Dit is echter niet de reden dat ik na lange afwezigheid nog eens in mijn pen kruip. Verslagjes schrijven kost tijd en dat is iets waar het ons allemaal aan ontbreekt. Maar aangezien ik momenteel snotterend met een gembertheetje in mijn bed lig, kan ik, nu mijn brein terug wat begint op te klaren, er misschien toch nog een verslagje uit persen. Ik zal echter geen verslag doen over de interclub, of over het club simultaan, maar wel over de belangrijkste vraag voor dit jaar: zal ik er in slagen mijn titel van clubkampioen te verdedigen?
Zoals we allemaal weten, is het immers op dinsdagavond, na een lange vermoeiende werkdag, zonder extra tijd na de 40ste zet, dat het kaf van het koren gescheiden wordt en de ware strijdlust van een schaker op de proef wordt gesteld. Een zondagmiddag ten strijde trekken voor de interclub heeft natuurlijk zijn charme. Fris uitgeslapen zijn, zeeën van tijd op de klok hebben, ’s ochtends een croissantje met een glaasje fruitsap hebben kunnen nuttigen terwijl je rustig de krant leest... Na de partij nog zeeën van tijd hebben voor een analyse. Zowaar nog een avond hebben om het brein te laten ontspannen zodat er een goede nachtrust kan volgen. Heel zeker aangenaam.
Dit zijn echter allemaal zaken waar je het zonder moet stellen in het clubkampioenschap. Wie een echte strijder van de 64 velden wil genoemd worden, die moet aantreden in die arena. Daar waar de klok onverbiddelijk wegtikt, 40ste zet of niet, Klaas vaak over de schouder mee loert, uw tegenstander uw openingsrepertoire kent, een goede nachtrust simpelweg niet meer tot de opties behoort eenmaal de partij de 22u passeert... Dit is waar de echte roem en glorie kan behaald worden. Dus laat het duidelijk zijn: mijn titel van clubkampioen zal ik als een ware gladiator verdedigen. Onvermijdelijk met de nodige blunders, cafeïne en Dafalgan. Dat hoort er nu eenmaal allemaal bij.
Voor de eerste ronde op 8 september moest ik aantreden tegen veteraan Rik. Deze was zo onder de indruk van mijn vervaarde reputatie als clubkampioen dat hij geen enkel stuk voorbij de vierde rij wilde plaatsen. Met een mooi dame-offer en mat tot gevolg binnen de 20 zetten. Deze partij diende deels als inspiratie voor mijn les de week erop over het belang van mentale wilskracht. Als je er reeds van uitgaat dat je van het bord gezet zal worden, is de partij immers al half verloren.
Afgelopen dinsdag 29 september moest ik voor de tweede ronde van het clubkampioenschap aantreden tegen Geert. Dit nieuwe "jonge" geweld heeft zich de voorbije jaren door de rangen geknokt en mocht samen met Akos deze cyclus meespelen in de eerste reeks. We hadden in de zomermaanden al meerdere malen de degens gekruist in een rapidpartij, maar dit was ons allereerste treffen in een echte partij. Benieuwd of mijn aura van clubkampioen me hier opnieuw zou kunnen helpen.
Zoals dat hoort op een dinsdagavond waren de voortekenen niet zo gunstig. Virusjes doen de ronde, ik voelde de beestjes weelderig tieren en ik had nog snel een dafalgan tot mij genomen. Ik speelde met zwart dus mijn standaard strategie van agressief uit de hoek te komen om de partij zo snel mogelijk te beslechten kon ik dus niet toepassen. Gegeven mijn beperkte rekencapaciteit zou dit sowieso nu niet aan de orde zijn geweest.
De opening verliep netjes en rustig, geen zware tactische complicaties. Iets waar ik dankbaar voor was want het rekenen lukte niet zo goed. Rustig spelen en wachten tot Geert de mist in gaat was mijn optimistische plan. En zowaar kwamen we in onderstaande stelling terecht.
Geert speelde net Ld3. De combinatie van zijn dame samen met mijn toren op de c-lijn en de druk op d4 waardoor de c-lijn open gaat vertelden me dat er iets mogelijk moest zijn. Vind je de beste zet voor zwart? Mijn brein zag het ook, maar ergens was er een vreemde kronkel. In plaats van cxd waarop Lxd4 de e-pion verliest en na Pxd4 ik het sterke Pb4 dreig, dacht ik nog iets beter te hebben. Ik speelde in bovenstaande stelling meteen Pb4, waarop Geert in diepe gedachten verzonk...
Nu 10 minuten nadenken nam Geert helaas de handschoen op en sloeg mijn paard. Hier had ik de hele variant gezien die stockfish nu ook als het beste aan geeft. Maar met dat kleine verschil dat stockfisch besefte dat ik op het einde van de rit een paard achter sta en dus knal verloren sta. Die finale optelsom had ik gemist. Nadat Geert terecht mijn paard eraf sloeg, moest ik toch even nadenken waar het nu precies was misgelopen. Juist, een paard minder. Leren tellen Guido...
Ik besloot vervolgens niet verder te volharden in de boosheid en mijn foutief uitgerekende variant te laten varen. -3 of -6, wat is het verschil? Mijn enige hoop was erg actief spelen en hopen dat Geert zou kraken onder de stress van een gewonnen stelling te hebben tegen de clubkampioen. Er werden wat stukken geruild, ik gooide mijn loperpaar vooruit, ook al was het me niet duidelijk wat ze zouden doen. Geert aarzelfde wat met me uit te dagen op de open c-lijn of mijn dame op te jagen. Ik speelde net Tf7 om mijn toren te dubbelen. De dameruil trok ik me niet aan. Als ik bang in mijn hokje zou kruipen kon ik net zo goed meteen opgeven. Niet dat ik me illusies maakte over mijn winstkansen. Maar het is een goede training, zowel voor Geert als voor mezelf.
In bovenstaande stelling speelde Geert Dg5, waarop de dames op f5 werden geruild en mijn pion werd ontdubbeld. Het bleef voortdurend een gewonnen stelling voor Geert, maar ik bleef druk zetten terwijl Geert zoveel mogelijk stukken probeerde te ruilen.
Op zet 31 belandden we in onderstaande stelling waar Geert nu toch vindt dat het tijd is dat mijn toren de c-lijn verlaat.
Ik speelde mijn toren naar c4 waarop Geert natuurlijk de torens ruilde. Hier sloeg ik terug met de d-pion, weg van het centrum. Met het idee zo ver mogelijk van de witte koning te gaan staan en met mijn drie verbonden pionnen het paard in de hoek het hopelijk wat lastig te gaan maken. Wit staat natuurlijk nog steeds gewonnen, maar zolang ik opties heb...
Na de torenruil springt Geert zijn knol naar d2. En dat kon niet goed zijn. Mijn pionnen willen vooruit gaan en een paard kan ze moeilijk in zijn eentje tegenhouden. Beter was Pc5 geweest en mijn pionnetjes gingen nergens heen. Na Pd2 evalueert de engine de stelling plots als gelijk! Wat de precieze evaluatie nu was wist ik niet, maar ik had toch plots een sprankeltje hoop...
Ondertussen is onze partij, traditiegetrouw, de laatste partij die nog bezig is. Ikzelf leef op de increment, Geert heeft nog een 8-tal minuten. Geert marcheert zijn koning richting mijn pionnen. Met natuurlijk het simpele plan van Pxa3, Koning eet mijn pionnen en de witte a-pion promoveert... Met nog twee minuten op de klok moest ik kiezen. Als ik met mijn monarch ook richting a-lijn ging, dan zou Geert zijn koning mijn e-pion opslokken en vervolgens de e-pion laten promoveren terwijl ik de a-pion najaag. Zelf kon ik ook met mijn koning Geert zijn pionnen gaan opjagen. Dat leek me echter wat traag. Het zekere voor het onzekere kiezend besloot ik dan maar om zeker te zijn dat ik wit zijn e-pion kon slaan, daardoor moest ik dus f4 verhinderen. En in bovenstaande stelling, met nog een minuut op de klok, speelde ik dus f4.... en gaf zo een voordeel van plus 4 weg. Want inderdaad, in bovenstaande stelling staat zwart gewonnen. Plopperdeplop... Ik ga het hier niet verklappen, zoek er gerust zelfs op. En beeld u dan in dat je nog één minuut hebt ;P
Nadat ik f4 had gespeeld liep het verder zoals verwacht, Geert speelde Pxa3 Kxc4 Kxa3 en de witte a-pion marcheerde voorwaarts. Ikzelf sloef de e6 pion eraf en marcheerde mijn eigen pionnen voorwaarts. Helaas kwam ik niet op tijd en Geert zijn dame keerde triomfantelijk terug op het strijdtoneel.
Bovenstaande stelling bezorgde Geert toch nog wel wat kopzorgen. Hij lanceerde een hele reeks schaakjes mijn richting uit. Ik bleef stoïcijns rond mijn f-pion dansen, goed wetende dat dit volledig verloren is voor mij. Mijn f-pion staat nog niet op de voorlaatste rij, maar nog vervelender zijn mijn h- en g-pion die pat onmogelijk maken. Geert kon niet meteen het goede plan vinden dus onder het oog van meerdere toeschouwers gingen we richting middernacht en de 70ste zet. Niet slecht voor een partij waar op zet 10 een stuk werd geblunderd. Qua uithoudingstraining kan dit tellen. Na een schaakje of 10 geraakte mijn f-pion alsnog op de voorlaatste rij. Maar dan besloot Geert toch dat het welletjes was geweest en haalde hij zijn koning erbij. Vijf zetten later stond ik schaakmat en maakte Geert echt zijn entree in de eerste reeks.
Hierbij toch even opmerken, ook al ben ik natuurlijk zelf wel geen Magnus Carlsen, maar ik had toch wel wat meer vreugde verwacht van Geert na zijn overwinning op mij. Mijn ego voelde zich wat tekort gedaan. Al zal Geert ongetwijfeld over dames en remises gedroomd hebben die nacht, vier gerust uw overwinning, het streelt uw tegenstander zijn ego. Zolang iedereen zijn broek aan houdt natuurlijk ;)
Het einde van de partij betekende natuurlijk niet dat we ons meteen ten ruste konden leggen. Nog een half uurtje napraten om dan om 1am in ons bed te liggen, starend naar het plafond terwijl ons brein rustig spookvarianten verder rekent. Het brein beseft niet altijd dat de partij gedaan is, of het nu winst of verlies was. We zijn de woensdag dan gestart met 3u slaap en een zware verkoudheid, om rond 14u de handdoek ook daar in de ring te moeten gooien en twee dagen in mijn bed te kruipen, maar met uiteindelijk nog eens een verslagje tot gevolg ;)
Naast ons voltrok zich dinsdagavond nog een andere uitputtingsslag. Daar verloor runner-up Jeroen van het andere jong geweld Yoran. De titel voor clubkampioen is dus in volle strijd losgebarsten. Wie weet spelen Jeroen en mezelf volgend jaar een reeksje lager. Al zal dat zeker niet zonder slag of stoot gebeuren.

Reacties
Mooi verslag Guido.
Mooi verslag Guido.